Ik kom terug – A. van Dis

KomTerugNa jaren van verwijdering tussen moeder en zoon van Dis zoeken beiden weer toenadering, ieder met een eigen agenda. Ma verkeert in haar laatste levensfase en wil geholpen worden met haar dood, Adriaan wil de verhalen horen die ze altijd voor hem verzwegen heeft en daar een boek over schrijven. Ze sluiten een overeenkomst en langzaam vormt zich een patroon van bezoeken en gesprekken, waarvan de inhoud prachtig en soms onthutsend proza oplevert. De eigengereide, antroposofische vrouw blijft tot op het laatst haar zoon tarten en manipuleren, terwijl Adriaan zich verbeten een plaats zoekt in haar leven. Ma van Dis: ’We zijn vonken uit het universum, uit sterrenstof ontstaan. Net als ons nageslacht, het hoort ons niet toe, hechten heeft geen zin.’ Ik heb zo’n vermoeden dat van Dis nog niet klaar is met zijn moeder in dit leven. Een hele dikke aanrader, dit boek!

Ik kom terug – Adriaan van Dis
uitgeverij Atlas Contact – prijs € 24,99

(recensie van Marlèn)

H. van de Velde – Het mysterie van de smokkelaar

MysterieSmokkDit verhaal speelt even voor de Eerste Wereldoorlog. Sel en Mon zijn twee jonge ‘porteurs’ in de haven van het pittoreske dorp Sint-Anneke aan de Schelde. Als het veer aankomt met de gegoede burgerij van Antwerpen dragen zij de tassen en koffers van boord naar de kade of verder. Het is een competitieve vriendschap tussen de twee, Sel is nog op school en doet dit jobje erbij, terwijl Mon echt geld moet verdienen voor zijn familie.

Dan volgen spannende gebeurtenissen elkaar op: na jaren afwezigheid duikt de vader van Sel weer op, Mon wordt door een onbekende bijna vermoord en Sel wordt verdacht. Om zijn onschuld te bewijzen gaat hij samen met een vriendin, Katrien, op onderzoek uit en stuit op duistere smokkelpraktijken in de haven van zowel Sint-Anneke als in Antwerpen.

Ik vond het een goed geschreven avontuur met een authentieke sfeer in een tijd waarin paard en wagen nog rond reden, maar ook al auto’s, een wereld wachtend op een grote technische omwenteling met op de achtergrond de dreiging van een politiek conflict dat wel eens uit de hand zou kunnen lopen.

Het mysterie van de smokkelaar – Hedwig van de Velde
uitgeverij Davidsfonds/Infodok – € 12,50
voor lezers van 10-12 jaar

(recensie van Marlèn)

 

Elly bericht vanuit Frankrijk

tristesseTijdens de wereldtentoon-stelling in Chicago in 1893, waarmee de reizen van Columbus feestelijk worden herdacht, is de ‘Wild West Show’ dè grote attractie. 2 voorstellingen per dag, 18.000 bezoekers per voorstelling. Bedenker en presentator van de show is Buffalo Bill. De show laat de jonge Amerikaanse geschiedenis zien, de geschiedenis van haar pioniers, die het land in bezit nemen en daarbij worden bijgestaan door het leger bij het verdrijven en afslachten van de oorspronkelijke bewoners, de indianen. In de show vallen de ‘slechte’ indianen de ‘goeie’ militairen aan. Het is een spektakel met honderden militairen en indianen te paard. De laatste geronseld die nadat ze gedecimeerd te zijn, doelloos ronddwalen zonder land noch inkomen. Het publiek is wild enthousiast. Buffalo Bill is de uitvinder van het massavermaak en schotelt zijn publiek een verdraaid beeld van hun geschiedenis voor waarin hij zelf ook gaat geloven.

Buffalo Bill, die eigenlijk William Cody heet kreeg zijn bijnaam van zijn collega’s van de spoorwegonderneming, die om sneller een spoorwegsysteem aan te kunnen leggen, mannen huurden om de buffels, de belangrijkste voedingsbron van de indianen, te doden. William Cody was de beste buffeljager en werd daarom Buffalo Bill genoemd.

Het is interessant om deze geschiedenis te lezen, niet alleen de ontwikkeling van de ‘Wild West Show’, maar ook de echte ontwikkelingen buiten de show en de rol daarin van William Cody.

Nadeel is de suggestieve manier van schrijven waarbij de gruweldaden van de Amerikanen voortdurend heel emotioneel worden veroordeeld, waar je het uiteraard mee eens bent, maar het boek zou gewonnen hebben aan kracht als de schrijver de feiten voor zich had laten spreken.

Ieder hoofdstuk wordt voorafgegaan door een kleine zwart/wit foto. Het boek is sowieso mooi vormgegeven.

 

Tristesse de la terre, une histoire de Buffalo Bill Cody – Eric Vuillard
éditions Actes Sud

 

 

Als ik de liefde niet heb – Eva van Esch

Het ging in de boekwinkel laatst behoorlijk lang over Michel Faber.

We bespraken zijn ‘Lelieblank Scharlakenrood’, die één van ons nog altijd in haar top-10 had staan. De klant die erover begon onthulde dat hij de film thuis had (nooit mooier dan het boek, zei hij er nog bij, dat kan niet) en wij, de boekverkoopsters van dienst, brulden nee, dat kan niet, en vochten om de eerste te zijn om hem te lenen.

De film. Niet de klant. Die was immers op leeftijd en hoe mooi zijn stem ook, het was niets voor ons, wij bruisende boekverkoopsters met een naar uitsloven riekende kennis van zaken. Want ook daarna nog riepen ze bij iedere genoemde titel, vanuit elke hoek van de winkel, in koor hoe mooi! hoe saai! hoe interessant! hoe teleurstellend! hoe al dan niet passend! in het oeuvre van desbetreffende dichter of socioloog… zij van Van Pampus. Ze hebben alles gelezen, over alles een mening, ze dansen de boeken de winkel uit.

‘Het lijkt hier wel een kroeg,’ verzuchtte mijn collega toen de winkel heel even leeg was, en ik zag in dat ze gelijk had: Leeszuchtige klanten aan de toog, roddels over en weer tussen buren die elkaar hier tegenkomen, gefluisterde adviezen over wat echt te lezen vandaag de dag – en op deze broeierige vrijdagmiddag woonden we zelfs een live Skype gesprek bij met een echtgenoot die al vooruitgereisd was naar Zweden, naar het huisje bij ‘hun meer’, en die als openingszin ‘Wat zit je haar apart’ door de volle winkel tetterde.

Ja, soms is de winkel net een kroeg. Zo’n bruine, van het uitstervende soort.

Maar daarom schrijf ik dit niet. Ik schrijf dit omdat Michel Faber, die van Lelieblank en die van de film, ook een fantastische verhalenbundel heeft geschreven: De Fahrenheit tweeling. Briljant in zijn thema’s en ontknopingen, in het weinige wat er gebeurt, in de exacte beschrijving van de psyche van schijnbaar middelmatige mensen.

Deze week las ik “Als ik de liefde niet heb”, en het deed me denken aan Michel Faber. Prettig korte verhalen met beginzinnen als ‘Nu heb ik er wéér eentje aan de haak geslagen die dood gaat.”  Of: “Mijn vriend is eigenlijk  meer iets voor mijn moeder. “ Elk verhaal is precies kort genoeg, en beschrijft meer een situatie dan dat het een verhaal vertelt. Eva van Esch heeft veel technieken om je te laten geloven in het gebruik van haar uitroeptekens. Ze schrijft even gemakkelijk vanuit het perspectief van een vader van een 16 jarige dochter als vanuit de jonge vrouw die een relatie met een ‘krasse knar’ heeft en van hem de taal overneemt.
‘Sodeju,’ roep ik.
En hij hijgt: ‘Hel en verdoemenis.’

Hel en verdoemenis. Alle verhalen goed.  Nu nog een fatsoenlijk omslag, dat verdient dit debuut, zei een recensente eerder al. En ze heeft gelijk, nondeju. Maar wat een verhalen! Chapeau!

Als ik de liefde niet heb – Eva van Esch
uitgeverij Atlas-Contact € 21,99

(recensie van Corine)

 

Over langharig tuig en de woorden die winnen

Alles wat ik over hem meende te weten was gebaseerd op één enkele vluchtige ontmoeting in dat galmende poëzie-café aan de gracht, dat dichterslokaal dat me met zijn verheven en bekakte sfeer steeds weer tot zacht gekerm weet te drijven. Daar stond de enorme, langharige dichter te staan, alleen maar te staan. Ilja Leonard Pfeijffer is zo’n man die in al zijn onaantrekkelijkheid iets alwetends en pedants uitstraalt, een muffe lucht wasemt en te nonchalant gedateerde kleding draagt, en ieder moment iets ontzettend intelligents kan gaan zeggen waardoor je als vrouw absoluut en tegen alle redelijkheid in door hem gezien wil worden. Je wil gezien worden, dan benaderd, dan bemind, opdat je hem nog net op tijd en resoluut de deur kan wijzen. En vermijdend als ik ben, zorgde ik ervoor dat het onmogelijk werd om door hem gezien te worden, zodat ik de kans dat ik niet gezien zou kunnen worden honderd procent uit kon sluiten. Ja zeg.

Maar goed. Genoeg over mijn sociale fobieen. Pfeijffer dus. Zijn laatste roman, La Superba, schreef hij nadat hij zonder enige training op de fiets naar Genua was vertrokken om daar vervolgens te gaan wonen. Ook over die tocht verscheen al een boek: “Filosofie van de Heuvel”. Bla bla bla, dacht ik, heb je hem weer met zijn egotripperij, en hoewel het me al hier en daar en steeds sterker werd aangeraden, won mijn trots het nog altijd van de nieuwsgierigheid. Een boek lezen van een man die eventueel wel niet naar me gekeken zou kunnen hebben, was hij daartoe in de gelegenheid geweest, dat ging me uiteraard te ver.

En toen kwam La Superba. Het boek waar hij uiteindelijk de Libris prijs mee zou winnen, lag niet alleen in stapels bij Van Pampus, het ging ook elders breeduit de strijd met me aan. Ik trof het in verlaten cafés, bij de buren op de trap, het lag in de huiskamer van een vriend die nooit leest. Het viel uit het bagagerek in de trein waarmee ik reisde, het stak uit de papiercontainer in de Molukkenstraat en het lag op het handdoekje van een mooi meisje bij het zwembad. Het boek zag me niet, maar ik zag hem wel. Toen ik het uiteindelijk in mijn slaapzak aantrof bij een logeerpartij bij mijn ouders, brak mijn verzet. Omdat ik niks te lezen had. Omdat ik me verveelde, ja. Net als vroeger lag ik met een zaklamp onder de dekens. Met Ilja. En ik las hem in een keer uit.

La Superba is poezie, het is reisverhaal, het is maatschappijkritiek en het is ontzettend grappig. Er worden afgezaagde benen hartstochtelijk bemind, vluchtelingenverhalen liefdevol cynisch aangehoord, er wordt steenkolen Italiaans gesproken, en er wordt manhaftig door stegen geslenterd – stegen die verdwijnen om onverwacht elders weer op te duiken.

Dus nu iedereen het al gezegd heeft, het overal geprezen is, nu het boek als een afgelikte boterham in mijn kast staat (want mijn vader krijgt het niet meer terug), nu kom ik u dus nog even vertellen wat u per se in uw reiskoffer moet stoppen. Het is groot, langharig en het ruikt een beetje muf. Het is slim, erudiet en humoristisch. Het is onweerstaanbaar. Het is Ilja, La Superba.

La Superba – Ilja Pfeijffer
uitgeverij Arbeiderspers – € 19,95

(recensie van Corine)

   

Lief leven – A. Munro

De Canadese schrijfster Alice Munro won vorig jaar de Nobelprijs voor literatuur, wat op zich een wonder mag heten voor een auteur die alleen korte verhalen schrijft.

In de bundel ‘Lief leven’ uit 2013, die ik pas onlangs heb gelezen, is ieder verhaal zo rijk aan inhoud en stilistisch zo prachtig, dat het voelt als een complete roman. Een sensatie die ik alleen eerder heb ervaren bij de schrijver Raymond Carver.

De onderwerpen gaan over het schrijnende, schurende leven zelf, vol dodelijke verrassingen en onwaarschijnlijke toevalligheden, herkenbaar in hun banale onvolkomenheid. Wat mij opviel als thema was wat doet het met kinderen als de moeder haar eigen geluk boven dat van hen stelt. Subtiel en bijna vluchtig beschreven, wat je als lezer op het puntje van je stoel zet.

Na iedere geschiedenis legde ik het boek even zuchtend van bewondering weg, sommige schrijvers hebben daar 900 pagina’s voor nodig, Munro kan het in 20. Een denderende aanrader voor uw vakantiekoffer.

Lief leven – Alice Munro
Uitgeverij De Geus – € 22,50

(recensie van Marlèn)

   

Gelukkig de Gelukkigen – Y. Reza

Elk mens wordt door ieder ander mens verschillend ervaren. Emile Blot, één van de 18 personages uit de caleidoscopische roman ’Gelukkig de Gelukkigen’ van Yasmine Reza is voor zijn vrouw Jeannette een harteloze, ongeïnteresseerde echtgenoot, voor wie zij slechts decorum is. Voor zijn schoonzoon, Robbert, met wie hij elke dag belt is hij een belangrijke schoonvader en voor zijn vrienden is hij een genereus mens, een geslaagd politicus. Vanuit een steeds wisselend perspectief komen 18 personages aan het woord die min of meer met elkaar te maken hebben en die over zichzelf vertellen in een bepaalde gebeurtenis uit hun dagelijks leven, steeds  in de verhouding met anderen. In die verhalen zitten altijd hilarische, pijnlijke of schokkende elementen en vaak allemaal tegelijk. Er zitten veel dialogen in ieder verhaal en door die manier van schrijven sta je er als lezer bovenop als Robbert zijn vrouw ruw bij de arm pakt en haar tot drie tellend, de veelzeggende  blikken van de  mensen om hun heen negerend, dwingt uit de rij van de kaasafdeling te stappen en met hem naar de kassa te gaan en je voelt de opgehoopte spanning in dit relatieconflict. 
Langzaam ontvouwen zich de gedeeltes van levens. 18 stukjes glas die met een draai aan de koker in een andere setting een heel andere kant van zichzelf laten zien, een ander tableau vormend, een ander deel van het geheel zijn. 

(recensie van Elly

Gelukkig de Gelukkigen – Yasmina Reza
uitgeverij De Bezige Bij – € 17,90

  

   

De Vlammenwerpers – R Kushner

In maart is de debuutroman van Rachel Kushner, na waanzinnig bejubeld te zijn* in Amerika, vertaald als ‘De vlammenwerpers’ – en geruisloos op de markt gegleden. Wat vreemd is, want het is een boek dat lawaai maakt, snelheid heeft, stuitert en lol heeft. Misschien is het de titel, die refereert aan oorlog, misschien is het de slome belettering van het omslag dat het boek ervan weerhoudt om van de plank naar je toe te springen.

Maar dan ga je het lezen.

Het gaat over het meisje ‘Reno’, ze rijdt op een stoere Italiaanse motor. Ze is er na de kunstacademie helemaal van de Nevada mee naar New York gereden, om daar te gaan leven als een ‘echte’ kunstenaar. Het is 1975, de stad bruist en knalt, en ze zoekt onwennig naar dat leven. Als ze een relatie krijgt met een kunstenaar, zoon van een Italiaanse motor-fabrikant, duikt ze het hippe nachtleven in en komt ze samen met hem uiteindelijk terecht in het Italië van de radicale politieke bewegingen. 

En dan blijkt het minstens zo goed als, bijvoorbeeld, Jennifer Egan’s Visit from the Goon Squad (Bezoek van een knokploeg), de mozaiekroman die twee jaar geleden insloeg als een bom. Als een vlammenwerper, wou ik bijna zeggen. De overeenkomst zit m in de frisse moderne stijl, de verschillende werelden waarin je meegesleept wordt, de nauwgezette beelden en het onuitputtelijke plezier van het verhalen-vertellen.

Kushner zet je midden in de artscene van New York in de jaren zeventig, laat je meeluisteren naar alle opgeblazen maar o zo grappige kletspraat van conceptuele kunstenaars,  om je vervolgens los te laten in Italië ten tijde van ruwe arbeidersblokkades. Alles heeft natuurlijk met elkaar te maken, maar eigenlijk maakt dat al niet eens meer zoveel uit. De Vlammenwerpers leest geweldig, het leest rijk.

(recensie van Corine)

De Vlammenwerpers – Rachel Kushner
uitgeverij Atlas Contact – € 21,99

   

Butcher’s Crossing – J. Williams

Het verhaal speelt zich af in 1873 aan het einde van de grote jacht op de bizons in Amerika. Een jonge man, Will Andrews, verlaat voortijdig Harvard om zich in het grote avontuur te storten zonder te weten wat dat zal zijn. Hij belandt in Butcher’s Crossing, een onheilszwanger gehucht in Kansas waar zich de laatste bizonjagers onledig houden. Will besluit de vermetele Miller in te huren om met hem op bizonjacht te gaan. De tocht naar een verborgen vallei in Colorado waar nog duizenden bizons zouden rondlopen wordt een bizarre onderneming vol ontberingen. Will leert de oerkracht van het overlevingsmechanisme kennen en het verslavende effect van tot het uiterste van je grenzen gaan. Deze sublieme, explosieve ervaring verandert zijn leven voorgoed. Ik vond het een beeldend geschreven cowboyboek voor volwassenen, een ‘Rawhide’ in het kwadraat, je zou bijna begrip krijgen voor het totale uitmoorden van de bizon indertijd.

Butcher’s Crossing – John Williams
Uitgever Lebowski – € 19,95

(recensie van Marlèn)

  

De Volle Villa – J. de Bruijn

Jorien de Bruin schreef een ongelooflijk fijn boek voor kinderen vanaf een jaar of acht: In De Volle Villa vertelt ze over Morris en Frida, twee kinderen die nogal in een ander schuitje zitten. 

De ouders van Morris (Morris en zijn zus noemen hen Alma en Herman; ‘dat vonden zij gezelliger, dan leken ze vrienden’) verhuizen zo ongeveer elk jaar.  Gewoon omdat ze dan weer uitgekeken zijn op alles en omdat Herman zich anders zo schaamt voor zijn ‘zakenpartners’, die allemaal veel grotere huizen hebben. Met een zwembad.
De ouders van Frida wonen met Frida en haar broertje en zeven honden op een flatje, waar ze elk moment uitgezet kunnen worden omdat vader Cor de huur niet op tijd betaalt. Vader Cor ‘moet eens een keer normaal doen’, vindt de bemoeierige oma, die elke dag een bak koffie komt drinken om te checken of alles een beetje goed gaat met moeder Zonneke, die blind is, en dus een blindegeleidenhond heeft, die nu zelf ook weer blind is geworden, zodat er een nieuwe hond kwam, maar dat bleek een vrouwtje, en toen waren er opeens 7 honden in huis. Juist.

Dat is al een hoop gedoe, zou je zeggen, en het wordt allemaal nog veel ingewikkelder. Toch weet de Bruijn met haar goed gedoseerde humor de sfeer er goed in te houden en vooral weet ze steeds weer een bijzonder logische oplossing te bedenken voor de zich opstapelende problemen.Want natuurlijk trekt de hele familie met alle honden in op de bovenste verdieping van de enorme nieuwe villa van Alma en Herman. Vooral Herman ziet dat echt helemaal niet zitten, maar Alma was toch toevallig van plan iets goeds te doen voor ‘de arme mensen van de wereld’ dus meteen op straat zetten komt even niet van pas.

Morris en Frida trekken intussen hun eigen plan, en gaan aan de slag met de puppies. Wat ze precies doen, ga ik niet verklappen, maar reken maar dat ze al die rare volwassenen om hen heen een poepie laten ruiken.  De illustraties van Peter van Hugten maken dit boek helemaal af. Een aanrader!

De Volle Villa – Jorien de Bruijn
uitgeverij Gottmer – € 13,95

(recensie van Corine)

  

Ik ben Pelgrim – T. Hayes

Onder de catchy cover van dit boek bevindt zich een thriller van formaat met velerlei duistere ingrediënten. Alles is hevig in dit boek, de personages zijn uitzonderlijk, het dreigende gevaar onmenselijk, de intriges wereldomvattend en daarbij is het goed geschreven en leest het als een trein. U zult het hooguit af en toe moeten wegleggen om uw biceps rust te gunnen. Denk Jo Nesbö, Dan Brown, Mo Hayder, Lee Child en dan heeft u een idee wat het u te bieden heeft.  Het onderwerp is misschien niet nieuw: superspion zoekt in opdracht van Amerikaanse president een Afghaanse terrorist met pokkenvirus op zak om een heel continent uit te roeien, maar het wordt pakkend opgediend. Ik begon er wat aarzelend aan, maar al gauw werd ik meegesleept door het verhaal. Knap gedaan!

Ik ben Pelgrim – Terry Hayes
uitgeverij A.W. Bruna – € 19,95

(recensie van Marlèn)

Een weeffout in onze sterren – J. Green

Hazel is een zestienjarige, die al lange tijd kanker heeft. Nadat haar moeder heeft vastgesteld dat ze depressief is moet ze elke week naar een praatgroep voor mensen met kanker, wat zij zelf ‘verschrikkelijk deprimerend’ noemt, maar met tegenzin gaat ze toch. Ze raakt bevriend met Isaac, die door de ziekte halfblind is geworden.  Op een dag neemt hij een vriend mee, de zeventienjarige Augustus Waters, die door kanker zijn been heeft moeten laten amputeren. 

Augustus is bang om na zijn dood vergeten te worden. Hazel vindt dat hij zich niet moet aanstellen. ‘Er komt een tijd dat we allemaal dood zijn. Wij allemaal. Er komt een tijd dat er niemand meer is om zich te herinneren dat er ooit iemand heeft bestaan of dat onze soort ooit iets heeft bereikt. Er zullen geen mensen meer zijn die zich Aristoteles of Cleopatra herinneren, laat staan jou. Alles wat we gedaan en gebouwd en geschreven en gedacht en ontdekt hebben zal vergeten zijn en dit allemaal, zal voor niks zijn geweest. Misschien komt die tijd snel, misschien pas over miljoenen jaren, maar zelfs al overleven we de ineenstorting van de zon, we zullen niet voor eeuwig blijven leven. Er was een tijd voordat organismen een bewustzijn hadden en er zal een tijd daarna zijn. En als je je zorgen maakt over het onvermijdelijke van de menselijke vergetelheid, zou ik je willen aanmoedigen dat te negeren. God weet dat verder iedereen dat doet’.

In meeste boeken over kanker draait het alleen maar om de ziekte. Over hoe zielig of hoe dapper de hoofdpersoon is. ‘Een weeffout in onze sterren’ is intelligent geschreven, met name doordat de hoofdpersonen heel tegendraads en eigenwijs zijn.
Mijn moeder moest er ook heel hard om huilen. 

 

Een weeffout in onze sterren – John Green
Uitgeverij Lemniscaat – € 16,95

(recensie van stagiaire Beeke van Wingaarden)

  

Vele hemels boven de zevende – G op de Beeck

Griet op de Beeck debuteerde na een carrière als dramaturge in 2013 met de roman ‘Vele hemels boven de zevende’. Een caleidoscopisch geheel, waarin ze de levens van vijf verschillende mensen uit één familie neerzet in kleine en grote details. De recensies waren veelal laaiend, ze won de Bronzen Uil Publieksprijs, de Volkskrant repte van “een betoverende tekst, als een Spinvisliedje”.

Wat is een Spinvisliedje? Een kabbelend geheel, met onderhuids venijn, romantisch en nuchter tegelijk? Zoiets dan toch. Het klopt wel: want hoewel Op de Beeck een boek heeft geschreven dat in eerste instantie “weer zo’n jonge-vrouwen-debuut” lijkt, blijkt ze een jonge vrouw met een magistraal theatraal oog voor het kleine, daarmee het grote, lege, lelijke en mooie leven verbeeldend.

Ik betrap mezelf erop dat ik steeds weer in clichés verval wanneer ik probeer te omschrijven waarom ik dit boek ongelooflijk goed vind. Misschien moet ik het er bij houden dat ik op pagina 239 onbedaarlijk hard moest huilen, en dat ik dat alle 238 pagina’s ervoor niet had aan zien komen. Alle lof op dit boek was en is meer dan terecht.

(recensie van Corine)

Vele hemels boven de zevende – Griet op de Beeck
Uitgeverij Prometheus – € 17,95

   

Antifragiel – N. Taleb

“Uiteindelijk is het de eenvoud zelf die Antifragiel zo aantrekkelijk maakt – en krachtig.”

Zo luidt een van de aanlokkelijke commentaren op het eenvoudig – en krachtig – vormgegeven omslag. Taleb is econoom, en literator, en vooral bekend van zijn filosofische bestseller The Black Swan.

Bij een eerste bestudering lijkt die vormgeving meteen ook het enige eenvoudige aan ‘Antifragiel’. Het boek krioelt van de anekdotes, verwijzingen en poetische tussenkopjes, en Taleb gebruikt behoorlijk wat termen die ik niet eerder hoorde. Maar het blijft me trekken. Nieuwsgierig! Aan de slag dan maar. Al was het maar omdat wanorde zo leuk is.

Antifragiliteit, om maar bij de titel te beginnen, is het begrip dat Taleb muntte om datgene te omschrijven dat gebaat is bij stressoren, schokken en toevallige gebeurtenissen. Alsof je een pakketje verstuurt, zegt hij, dat niet ‘with care’ behandeld wil worden, maar beter zo veel en vaak mogelijk op de grond gesmeten kan. Omdat het baat heeft bij die schokken. Dat geldt voor de evolutie, voor grote economische systemen, maar ook voor ehm, kippensoep. Juist. Nu wordt het leuk.

‘Alles wat leeft, verlangt heimelijk naar wanorde,’ gaat het verder. Wie dat niet erkent, lijdt volgens Taleb aan Toeristificatie: Het streven om alle toevallige variatie uit je leven te bannen. Als voorbeelden noemt hij strategische planners, regeringsambtenaren en … hockeymoeders. Daar pal tegenover staan de Rationele Flaneurs. Dat zijn de dapperen, die bij wijze van spreken op iedere straathoek opnieuw kunnen gaan beslissen wat ze gaan doen met hun tijd en hun bestemming, ingegeven door de laatst verkregen nieuwe informatie. 

Taleb gaat daarmee dus gelukkig wat verder dan het gedoodverfdeWhat doesn’t kill you, makes you stronger, een van zijn favoriete stelregels die hij leende van Nietzsche. Hij spoort ons aan daadwerkelijke gedragsverandering. We zouden ons niet zo moeten laten leiden door de drang naar controle, en vooral ophouden met dat onzinnige verklaren van onverwachte gebeurtenissen. Laten we ons neerleggen bij de wanorde, en bij het gegeven dat niet alles verklaarbaar is.

Ofwel: Stuiter eens wat vaker op de grond, voeg wat meer exotische ingrediënten toe aan de kippensoep en probeer vooral niet alles te begrijpen. Klinkt aantrekkelijk. En toch. Dat boek, dat ga ik nog zeker vijf keer lezen. En begrijpen ZAL ik het.
 

Antifragiel – Nassim Nicholas Taleb
uitgeverij Nieuwezijds – € 29,95

(recensie van Corine)

  

De zoon – P. Meyer

Indianenboeken waarin om de paar pagina’s wel iemand neergeschoten, gekneveld en/of gescalpeerd wordt zijn, om met Paulien Cornelisse te spreken, nou ‘niet echt mijn ding’. De achterflap lezen van De Zoon van Philipp Meyer leek me dan ook genoeg.  Aangemoedigd door mensen om me heen (en eerlijk is eerlijk, ook door de 5 sterren in het NRC) begon ik toch. Een paar bladzijden, dat zou ik (en mijn maag) nog wel aankunnen, dacht ik.

Wat me overkwam was een regelrechte overval. Aan mijn oren werd ik meegesleurd door prachtige stemmen van verschillende generaties: Eli McCollough werd geboren in 1836, in Texas, in een tijd van oorlog en slavernij. Op zijn twaalfde wordt hij meegenomen (nadat zijn zus en zijn moeder verkracht en vermoord zijn, maar dat lalala terzijde) door een groep Comanche -indianen.

En dan volgen de verhalen van Eli zelf, die het harde leven van de Indianen leert leven, en na vrijlating niet meer los komt van de chaos als het gaat om zijn identiteit. Hij is immers geen Indiaan, maar ook al lang geen blanke meer. Dat verhaal wordt afgewisseld met de verhalen van de mensen die de prijs betalen voor Eli’s onrust. Zijn zoon Peter, die niet kan voldoen aan de eisen van zijn vader, en Jeanne Anne, een achterkleindochter die zich in een mannenbolwerk van de olieindustrie probeert staande te houden.

De vreselijke scenes die er ook heus wel in voorkomen zijn met de juiste afstand geschreven, en bovendien met zo’n literaire kracht,  dat het niet afstoot, maar juist uitnodigt om alles te weten te komen van deze familie. De Zoon is een echte roman, een groots verhaal, en eenmaal begonnen, ik waarschuw maar vast, lig je er 603 pagina’s onder.
 

De zoon – Philipp Meyer
uitgeverij  Bezige Bij – € 24,90
(recensie van Corine